VERNIEUWING ONS PLAN
‘Op weg naar de methodische zorgplancyclus’

Mirjam (links) en Maartje (rechts)
VERNIEUWING ONS PLAN
‘Op weg naar de methodische zorgplancyclus’
Er was al lang sprake van, maar nu gaat het echt gebeuren: de aanpassing van Ons Plan. Projectleider Maartje de Kaper en Mirjam van der Klooster, lid van de projectgroep, kondigen aan dat het een intensief traject wordt, maar dat we veel goeds kunnen verwachten.
Het begon allemaal in 2021, toen we bij Odion behoefte kregen aan een compacter en meer overzichtelijk zorgplan dat minder administratieve last voor de medewerkers zou geven. Daarnaast wilden we dat het plan beter zou aansluiten op ons Odion Kompas en de Odionwijze(r). Voorgaande projectgroepen legden – ondanks de vele uitdagingen - een uitstekende basis neer. Mede daardoor is de huidige projectgroep ervan overtuigd dat er nu iets staat dat én de medewerkers helpt in hun dagelijkse werk én recht doet aan de wensen van cliënt. ‘Het is meer geworden dan een systeem’, vindt Mirjam. ‘Daarom gebruiken we ook niet meer de term ONS 2.0 of iets dat daarop lijkt, maar praten we voortaan over de zorgplancyclus.’
Het goede gesprek
Ten opzichte van wat collega’s gewend waren, zijn er straks enkele verschillen. ‘Voorheen voerde je eens per jaar de antwoorden van enorme vragenlijsten in achter een computer, met de cliënt erbij’, schetst Maartje. ‘De vraag is in hoeverre je de cliënt op die manier echt zág. De zorgplancyclus zoals we die straks hebben, gaat uit van het doorlopende goede gesprek met de cliënt, waarbij je alleen vastlegt wat van betekenis is voor hem of haar. Daardoor is het zorgplan niet langer meer een momentopname, maar geeft het de mogelijkheid om terug- en vooruit te kijken, en om te zien wat iets betekent voor nu. Belangrijk verschil is bovendien dat je niet alles meer in detail hoeft te noteren vanuit een angst of wantrouwen, maar dat je vertrouwen kunt hebben in wat de cliënt zelf weet en je dat kan vertellen als dat nodig of gewenst is.’ Iets waar veel collega’s blij mee zullen zijn, is dat bij het rapporteren op doelen voortaan kwaliteit boven kwantiteit wordt gesteld. ‘Het is onmogelijk om per cliënt aan tien doelen tegelijk te werken’, weet Maartje. ‘Heb je acht cliënten, dan moet je continu 80 doelen in je hoofd hebben. Dat gaat natuurlijk niet. We gaan ervanuit dat twee doelen per cliënt realistisch is. Dus hoewel je in het systeem nog steeds op meer doelen kúnt rapporteren, geldt de regel: zoveel als nodig, maar zo weinig mogelijk om het doel te bereiken.’
Mirjam: ‘Ik zie het als een mooie periode om weer echt goed in gesprek te gaan met de cliënt’
voor het eerst
Nu staat er natuurlijk al behoorlijk wat informatie in het huidige plan. Kun je dat straks importeren of dupliceren? ‘Nee, want het nieuwe plan is anders ingedeeld en overal staan andere kopjes boven’, antwoordt Maartje. ‘De ideale situatie zou zijn dat je naar een cliënt kijkt alsof je hem of haar voor het eerst ziet. De gedragsdeskundige maakt over een cliënt een integratief persoonsbeeld. Dat betekent dat hij of zij alle informatie die over iemand bekend is, bij elkaar legt en samenvat in een half A4’tje. Dat is dan de onderlegger voor het plan en op basis daarvan ga je het gesprek voeren met de cliënt. Niet samen aan tafel, maar juist continu in de dagelijkse leven. ‘Hoe gaat het op je dagbesteding? Heb je een leuke invulling van je weekend? Wat zou je verder nog willen?’ Dat soort vragen. En dat vertaal je dan naar het zorgplan in het systeem.’
training
Hoe je dat doet, dat krijgt iedereen uitgelegd in een training. ‘Alle persoonlijk begeleiders en regiebegeleiders krijgen een training van vijf dagdelen, voor begeleiders duurt hij twee dagdelen’, vertelt Mirjam. ‘Onze missie is dat iedere medewerker de training heeft gevolgd vóórdat hij of zij met de zorgplancyclus gaat werken’, vult Maartje aan. ‘Tussen die dagdelen zitten iedere keer drie weken, zodat je meteen aan de slag kunt met wat je hebt geleerd. Loop je ergens tegenaan, dan kun je dat meenemen naar je volgende trainingsdagdeel. We streven ernaar dat alle collega’s van één team in dezelfde periode worden geschoold – niet per se alle teamleden tegelijkertijd – zodat je aan het einde kunt bespreken hoe je dit op jouw locatie verder samen gaat inkleuren.’
Maartje: ‘De zorgplancyclus gaat uit van het doorlopende goede gesprek met de cliënt, waarbij je alleen vastlegt wat van betekenis is’
meerwaarde
Mirjam is behalve lid van de projectgroep ook regiebegeleider bij Odion Noorderhoofdstraat. Zij heeft in een testomgeving inmiddels ervaring opgedaan met het invullen van het nieuwe zorgplan. ‘Ik vind die compactheid echt een meerwaarde hebben’, zegt ze. ‘Hoewel ik soms nog wel aan het stoeien ben met ‘wat zet ik waar’? Ook fijn is dat we meer kunnen werken vanuit de agenda. In het zorgplan staan veel afspraken, bijvoorbeeld: op dinsdag doen we boodschappen met de cliënt en dat doen we op die en die manier. Al die info wil je eigenlijk gewoon in de agenda van de cliënt hebben staan op dinsdagmiddag, in plaats van dat je in het zorgplan acht A4’tjes hebt met een gebruiksaanwijzing voor ieder agendapunt. En dat kan nu!’
intensief traject
Dat klinkt allemaal heel mooi. Maar voordat de zorgplancyclus op deze manier actief is, zal er aardig wat werk moeten worden verzet. ‘We zijn ons heel bewust van de impact die dit gaat hebben’, stelt Mirjam. ‘Het wordt een intensief traject dat we met elkaar aangaan en waarvoor iedereen tijd en ruimte gaat krijgen. We kiezen er bewust voor om het niet in kleine stukjes te doen, maar om één keer diep adem te halen en samen deze tijd te investeren, in de wetenschap dat het daarna echt veel beter wordt. Daar kun je tegenop zien, maar ik zie het als een mooie periode om weer echt goed in gesprek te gaan met de cliënt.’


ONS PLAN
We verschuiven onze aandacht van...
- vragenlijsten invullen naar in gesprek gaan
- één keer per jaar plannen maken naar afstemmen in het dagelijks contact
- alles vastleggen naar vertrouwen in wat de cliënt weet en kan
- een momentopname naar terug- en vooruitkijken, om betekenis te geven aan nu
- persoonlijk vakmanschap naar een gemeenschappelijke manier van werken